Textbox Section

Deel dit bericht

 


Published


Waarschuwing: deze blog bevat een politiek geladen beschouwing. Ieder vergelijk met de eigen leefomgeving berust op louter toeval en wordt, sorry dat ik dit zo stel, gelegd door de eigen associaties van de lezer.

Denk niet aan de kleur blauw. Je moet absoluut niet aan de kleur blauw denken! Waar denk je nu aan?” De meeste mensen denken nu aan de kleur…. blauw. Het is een flauw en wellicht cliché experimentje. Het is bedoeld om het associatieve karakter van de taal duidelijk te maken. De associatie met het woord wint het van de logica onder de zin.

Meestal stappen we, na zo’n ‘geintje’, dan weer snel over naar de orde van de dag. De paradox is echter dat de orde van de dag vol zit met door taal opgeroepen associaties, die het winnen van de bedoeling van hetgeen gezegd, geschreven en gelezen wordt.

Ik wil dit graag onderbouwen met een voorbeeld uit het sociaal domein. In het ganse land zoemen mantra’s als ‘Redzaamheid’ (al dan niet zelf), ‘eigen kracht’, ‘Regie bij de inwoner’ en een keur van creatieve varianten hierop. Deze begrippen roepen associaties op met een sterke positie van de inwoner die ‘zelf aan het stuur’ zit. Een en ander natuurlijk binnen de liberale grondslagen die als fundament onder onze geïndividualiseerde samenleving geslagen zijn.

Lijnrecht hiertegenover staan de begrippen die gehanteerd worden om die ‘aan het stuur zittende’ inwoner van dienst te zijn. Begrippen als ‘ondersteuning’, ‘begeleiding’, ‘behandeling’ en ‘zorg’. Deze woorden roepen de associatie op van een inwoner die juist afhankelijk is van partijen (gemeente, zorgaanbieder, etc.) die hem/haar ten dienste staan.

Niks ‘eigen regie’, niks (zelf)redzaamheid; je krijgt door de gemeente ondersteuning toegewezen. Je moet daar als inwoner om vragen. De gemeente gaat de aanvraag vervolgens onderzoeken, haalt daar allerlei andere gegevens bij om een integraal beeld te hebben van de situatie van de inwoner.

Op basis van dat integrale beeld bepaalt de gemeente vervolgens of je recht op ondersteuning hebt, en welke ondersteuning zij vinden dat nodig is. Tuurlijk luisteren ze aandachtig naar de wensen, stellen ze samen met de inwoner doelen en resultaten. Het besluit van de gemeente wordt dan formeel vastgelegd in een beschikking; de gemeente beschikt. Het is heel duidelijk wie hier aan de touwtjes trekt. En het is niet de inwoner.

Na de beschikking komt de door de gemeente gecontracteerde aanbieder in beeld. Deze aanbieder heeft met de gemeente een overeenkomst gebaseerd op welke producten en diensten geboden worden om zorg en ondersteuning te leveren. Ook hier zit de taal vol met begrippen die aan de inwoner heel duidelijk maken wie ‘in the lead’ en wie niet.

Het is heel duidelijk wie hier aan de touwtjes trekt. En het is niet de inwoner.

Misschien staat het hierboven een beetje bot, een beetje zwart-wit. Er is al genoeg grijs in de Nederlandse polder. Het issue dat ik graag naar voren wil brengen is deze:

Zolang we bij de inkoop blijven praten in termen van zorg en ondersteuning. Zolang we bij het faciliteren van inwoners blijven praten in termen van beschikken en ondersteunen. Zolang aanbieders de inwoner bejegenen in termen van ondersteuning, begeleiding en behandeling. Zolang als we dat blijven doen blijft ‘regie bij inwoner’ een wassen neus; een goed bekkende mantra, die moedwillig een illusie moet blijven.

Daarom deze oproep. Laten we de woorden die associaties oproepen (die doorbroken moeten worden) uit onze stukken halen, van onze websites. Weg ermee. Laten we ze vervangen door begrippen die juist bevorderend zijn voor het werken naar de inwoner die ook echt zelf regie heeft.

Mag ik jullie tenslotte meenemen in een gedachte experiment. Voor 2019 kopen we in plaats van ondersteuning ‘redzaamheid’ in. Producten en diensten benoemen we in begrippen die gelieerd zijn aan het in positie brengen van de inwoner als volwaardig lid van de samenleving. Uit die producten en diensten blijkt duidelijk dat aanbieder deze zo kort mogelijk wil aanbieden. Op zijn minst niet langer dan nodig. Gemeenten hernoemen de WMO in de WMR, de Wet Maatschappelijke Redbaarheid. Begrippen als verordening en beschikking worden vervangen door bijv. ‘spelregels’ en ‘we spreken met elkaar af dat…”; in ieder geval een begrip dat niet zo deftig en patriarchaal klinkt.

Het is jammer dat de Nederlandse taal niet zo rijk is als bijvoorbeeld het Frans of Duits. Die talen bieden veel meer ruimte voor tegen-denken, om-denken en dwars-denken. We moeten het echter met het Nederlands doen. Daarom sluit ik af met deze oproep:

Help met nieuwe taal die recht doet aan de associatie de regie ook echt bij te inwoner te leggen!”

Redzaamheid heeft alle kleuren, behalve blauw. Denk niet aan blauw. Ik lees graag jullie voorstellen.

Nabeschouwing

Het blog polariseert deze problematiek om hierover het gesprek te entameren. Het ‘eigen kracht jargon’ heeft ook een keerzijde. Deze mantra veel onrust geeft bij mensen die echt zorg nodig hebben. En ook daarbij zijn er professionals en organisaties zijn die zoveel mogelijk – of te veel – aan de eigen kracht overlaten.


Rob is als zelfstandig projectmanager werkzaam binnen het sociaal domein. Hij is als associate verbonden aan het collectief jbLorenz; een expertbureau dat zich richt op de ondersteuning van overheid- en zorgorganisaties bij strategische vraagstukken die praktische uitwerking vragen. Daarnaast is Rob als docent verbonden aan de Haagse Hogeschool waar hij colleges over ‘Projectmanagement & filosofie’ voor zijn rekening neemt. Samen met Marc Gofferjé is Rob auteur van de boeken ‘Mijn project en ik – Houdt vast aan wie je bent’ en Mijn project en Sun-tzu – de kunst van het projectvoeren’.


Published


Onbeheersbare kosten in het sociaal domein waardoor het huishoudboekje van veel gemeenten onder druk komt te staan; het lijkt wel een selffulfilling prophecy en dat is het ook. Althans, zolang we focussen op de kosten. Dat kan anders.

Veel gemeenten hebben een tekort op de WMO, de Jeugdzorg, het Beschermd Wonen, of zelfs een stapeling van deze tekorten. Dit geeft politieke druk, druk op het management en dus druk op de uitvoering. Wijkteams worden gevraagd om oplossingen te vinden voor de tekorten door kosten te drukken.

Afgelopen periode sprak ik medewerkers en managers van sociaal wijkteams die deze opdracht oprecht voelen als hun hoofdtaak. Zij hollen van indicatie naar indicatie en bedenken daarbij hoe ze kosten kunnen drukken, bijvoorbeeld door meer vrijwilligers in te zetten voor het wijkteam, mensen te verwijzen naar andere regelingen, zoals de Wlz. Keihard werken ze aan een gezondefinanciele huishouding van en voor de gemeente.

Tegelijkertijd zien ze dat de wijk waarin ze werken te kampen heeft met problematiek waar zij geen invloed op kunnen uitoefenen. Woningen die op de rol staan om te worden gesloopt, worden alleen nog bewoond door mensen met een historie van problemen en een stevige zorgvraag. De werkloosheid neemt niet af, ondanks de economische opleving. Armoede en schulden hebben hun weerslag op kinderen. Kortom, de mensen in de wijk zijn aan het overleven. Duidelijk geen gezonde situatie.

Deze cyclus kan doorbroken worden door niet alleen te kijken naar de schaarse middelen en deze zo zuinig mogelijk te verdelen.We kunnen het tij teren en het huishoudboekje op orde krijgen.Dat kan door niet meer te sturen op zorg maar te sturen op een gezonde gemeenschap. De kosten voor sociale voorzieningen (Wmo, Jeughulp, Bijstand) hangen voor een groot deel samen met leefomstandigheden en de omgeving waar mensen samenleven.De vraag naar (schaarse) voorzieningen neemt af naarmate mensen redzaamheid zijn, zich gezond voelen (in de definitie van Machteld Huber) en betekenisvolle relaties aan kunnen gaan met anderen en zich onderdeel voelen van de gemeenschap.

Lokale politici, bestuurders, management en beleid vertaal daarom je behoefte aan kostenbeheersing in een vraag met wenkend perspectief voor de uitvoering. Vraag niet om kostenbeheersing, maar vraag om gezondheid. Een aanpak hiervoor is:

1. Definieer wat het gewenste maatschappelijk effect is in een wijk/gebied/gemeente
2. Kijk naar de maatschappelijke opgave per wijk/gebied/gemeente: wat laat data zien
3. Bespreek de data met de uitvoerend professionals (en het liefst inwoners)
4. En kom tot een concrete uitvoeringsagenda voor de wijk. Betrek hierbij de fysieke aspecten en veiligheid

De gemeentebegroting zal als neveneffect meeprofiteren.