Textbox Section

Deel dit bericht

 


Published


Naast de huidige taken in de ambulante begeleiding binnen de Wmo, krijgen álle gemeenten per 2020 de verantwoordelijkheid over Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang. Specialistische zorgvormen die nu nog belegd zijn bij de centrumgemeenten.

De omvang en impact van Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen op zowel cliënten, zorgaanbieders als  gemeenten is groot.  Het betreft een kleine, zeer kwetsbare groep inwoners met zorgvragen op het vlak van geestelijke gezondheid, licht verstandelijke beperking in combinatie met ondersteuningsbehoefte op meerdere levensgebieden. In het bevorderen van zelfredzaamheid of  samenredzaamheid, maken deze mensen (wisselend) gebruik van ondersteuning en voorzieningen in de Wmo, zorg & welzijn, veiligheid, werk en inkomen en met betrekking tot wonen. Dat vraagt een tijdige voorbereiding van gemeenten en zorgaanbieders in de aanloop naar 2020.

Wat betekent deze decentralisatie met de transformatie opdracht voor gemeenten? Wanneer is er sprake van Beschermd wonen en Maatschappelijke opvang? Hoe voorkomen we dat inwoners uitvallen?  Welke rol en verantwoordelijkheid krijgen toegangsmedewerkers en accountmanagers? Welke rol en verantwoordelijkheden hebben bestuurders en gemeenteraden? Met wie en op welke schaal moeten we samenwerken? Op welke gemeentelijke domeinen heeft deze opdracht (wederzijds) effect?  Wat betekent de regionale visie in de praktijk?

De complexiteit van Beschermd wonen en Maatschappelijke opvang vragen om een tijdig voorbereidingsproces. Zowel op inzicht, inhoud, inrichting, kansen, uitdagingen en financiële effecten op korte en lange termijn.  Het gaat immers om de integrale inwonersverantwoordelijkheid van gemeenten voor zeer kwetsbare inwoners.

Wij kunnen uw gemeente helpen om goed en diepgaand inzicht te krijgen in de vraagstukken rondom de maatschappelijke opvang en beschermd wonen, in relatie met de vraagstukken rondom GGZ in de Wijk en de afstemming die nodig is met zorgverzekeraars en zorgkantoor. Hiertoe hebben wij een kennisatelier ontwikkeld in combinatie met een werkatelier. Door middel van het kennisatelier brengen we u in een dag(deel) op vlieghoogte met betrekking tot de doelgroep; inhoudelijk, organistatorisch maar ook met betrekking tot de financiele consequenties voor uw gemeente vanaf 2020. Na het volgen van het werkatelier heeft u een concreet actieplan aan de hand waarvan de beleidsontwikkeling ter hand genomen kan worden en gestart kan worden met de inrichting van de organisatie voor kwetsbare mensen met GGZ-problematiek.

jb Lorenz ontwikkelt duurzame oplossingen voor een beter maatschappelijk resultaat en een toekomstbestendige inrichting van het sociaal domein. Oplossingen voor individuele gemeenten en voor regio’s. Maar ook zorgaanbieders en zorgverzekeraars vragen steeds vaker ons advies.

Wilt u meer informatie of doorpraten over uw strategische positionering  en de toekomstgerichte inrichting van Beschermd wonen en Maatschappelijke opvang in het sociaal domein? Dan kunt u contact opnemen met Bianca den Outer of Carla Wijngaarden via  telefoonnummer (010 – 30 40 186) of via bianca@jblorenz.nl / Carla@jblorenz.nl.

Achtergrond van de ontwikkelingen rondom Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang

Met de invoering van de Wmo2015 is de verantwoordelijkheid voor zorg en ondersteuning voor inwoners die Beschermd Wonen overgedragen aan centrumgemeenten. Het gaat hierbij om voorzieningen voor inwoners met een psychische aandoening en/of psychosociale problemen die door hun beperking gedurende een bepaalde periode niet zelfstandig kunnen wonen. Met Beschermd Wonen kunnen deze inwoners van gemeenten (tijdelijk) verblijven in een gecontroleerde en beschermde woonomgeving, waarbij de nadruk wordt gelegd op veiligheid, bescherming, stabilisatie en waar mogelijk herstel.

In opdracht van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft een commissie onderzoek gedaan naar de toekomst van Beschermd Wonen, de zogeheten Commissie Dannenberg. In haar advies bepleit deze commissie de sociale inclusie van de doelgroep Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang. Inwoners van gemeenten die gebruik maken van deze voorzieningen zouden voor een goede kwaliteit van leven gediend zijn zoveel mogelijk in ‘gewone’ woningen en wijken te wonen. Met daar waar nodig begeleiding en ondersteuning die gericht is op herstel en deelname aan de samenleving. Met deze randvoorwaarden stelt de commissie dat minimaal één tot twee derde van de populatie Beschermd Wonen op termijn zou moeten kunnen door- en uitstromen.

De belangrijkste uitdaging de komende jaren is het omvormen van beschermde woonomgevingen die los staan van andere voorzieningen in de Wmo2015, tot een voorziening die past in en aansluit bij een keten van bredere en andere vormen van wonen met ondersteuning. We noemen dat de transformatie van Beschermd Wonen. Die andere vormen van ondersteuning zijn namelijk vanuit de Wmo2015 gericht op zelfredzaamheid en volwaardige deelname aan de samenleving voor alle inwoners van de gemeenten. Daarvoor worden steeds vaker individuele maatwerktrajecten ontwikkeld die tot doel hebben om cliënten waar mogelijk te laten doorstromen en uitstromen naar gevarieerde vormen van wonen met daarbij de passende zorg en ondersteuning wanneer dit nodig is.

 


Published


Een grote uitdaging voor de gemeenten is om grip te krijgen op hun nieuwe taken en verantwoordelijkheden en daar goed op te sturen.

Wij zijn bij JB Lorenz sinds 2012 bezig met het innoveren van sturing in het sociale domein.  De specialisten Bianca den Outer en Renate van Huizen leggen in een interview uit hoe wij gemeenten hiermee helpen.

Klik hier voor het interview.

 


 


Published


Nu de decentralisaties een feit zijn en 393 gemeenten in Nederland de verantwoordelijkheid hebben voor een deel van de zorgtaken, beginnen zich langzaam de contouren af te tekenen van de nieuwe werkelijkheid. Na veel voorbereidend werk en intensieve beleidsprocessen zijn gemeenten nu de primaire werkprocessen aan het inrichten. Zorgorganisaties ervaren aan den lijve wat het betekent om te werken met een grote diversiteit aan opdrachtgevers. Mailboxen worden overstroomd met verzoeken om informatie vanuit gemeenten. De roep om harmonisatie van bekostiging en informatievoorziening wordt al luider. Horen we hier al de eerste zachte geluiden om te recentraliseren?

Ik denk dat het echt niet moeilijk hoeft te zijn gemeenten en zorgorganisaties te faciliteren een systeem in te richten dat voldoet aan de informatiebehoefte van gemeenten EN toch lokaal de maximale beleidsvrijheid te behouden om te kunnen innoveren. De sleutel voor de oplossing ligt in het ontsluiten van de kennis bij gemeenten en zorgorganisaties om die vervolgens bij elkaar te brengen.

Op zoek naar informatie vergeten gemeenten vaak met welk doel ze informatie nodig hebben, dus ontstaat er een neiging om dan vooral maar veel gegevens uit te vragen. Ook zie ik vaak dat er onvoldoende nagedacht wordt op welk niveau ingestoken moet worden om informatie op te halen (productie-informatie vs declaratie-informatie bijvoorbeeld). Tot slot moet je in staat zijn om de informatie te duiden op een wijze die leidt tot kennis. Klinkt heel erg logisch en toch vinden we het moeilijk om hier grip op te krijgen. Overigens zijn deze vraagstukken niet exclusief voorbehouden aan gemeenten. Ook in andere sectoren is dit een actueel vraagstuk.

De roep om een vereenvoudigd systeem en harmonisatie en meer centrale ICT en landelijke regelgeving is mede ingegeven aan de behoefte om de complexiteit terug te brengen tot overzichtelijkheid. Het is en blijft echter een cosmetische ingreep en slechts een moedige poging om de bureaucratie een halt toe te roepen. Bovendien bestaat het gevaar dat dit vraagstuk geadresseerd wordt als een ICT-vraagstuk. We hebben bij het overhevelen van de PGB’s naar de SVB geleerd wat er dan gebeurt.

Ik merk in de praktijk dat de kennis over de systemen in de zorg voor veel bestuurders en medewerkers in zorgorganisaties zo vanzelfsprekend is dat zij eenvoudigweg heel veel voor gemeenten relevante informatie niet delen. De kennis is hen zo eigen als een handeling die je automatisch verricht dat het bijna niet reproduceerbaar is. Daardoor wordt het moeilijk voor zorgorganisaties zich in het perspectief van de gemeenten te verplaatsen. Dat belemmert gemeenten weer bij het maken van de inschatting welke informatie ze nodig hebben.

Als we ons zouden richten op het lerende vermogen van het systeem door te starten het opbouwen van vakkennis bij gemeenten en zorgorganisaties, maken we de beste kans om bureaucratie te voorkomen en gegevensuitwisseling zo lean mogelijk in te richten. Brancheorganisaties zouden hier fors op moeten investeren en zich minder moeten richten op het ontwikkelen van ICT-tools en het bedenken van harmonisatiemodellen. We hebben hier te maken met een kennis vraagstuk, niet met een ICT-vraagstuk. Als we met elkaar scherp kunnen krijgen welke informatiebehoefte er is en wat er nodig is om in control te kunnen blijven, kunnen met minimale sets gegevens maximale informatieposities ontstaan en creeren we ruimte voor het innoveren van de bekostigingssystemen op lokaal niveau en het inhoud geven aan transformatie.

Er zijn echter maar weinig mensen in het land die vakkennis over de systemen binnen zorg en overheid combineren. Het ontsluiten van de kennis en het samenbrengen daarvan zou in netwerkverband op regionaal niveau georganiseerd kunnen worden. We moeten manieren bedenken hoe we op een intelligente manier kennis kunnen opschalen en makelen. Want ik zie in de praktijk ook heel veel superslimme mensen bij gemeenten en zorgorganisaties die begrijpen dat we de systemen anders moeten gaan richten en die in staat zijn met de benodigde vakkennis in hun rugzak regionaal een goede informatiehuishouding te organiseren.