Published


Is het niet zo dat de innovatie in de zorg en het sociaal domein nu zo langzamerhand rechtvaardigt dat de organisaties die verantwoordelijk zijn voor de arbeidsmarktfondsen gaan stilstaan bij de vraag wat die innovatie en transformatie in de zorg en het sociaal domein ook voor hen betekent? Kan het niet eenvoudiger en op een manier die de nodige innovatie en transformatie sneller ondersteunt? “What’s new”, hoor ik u denken. En dat is nu net mijn punt.

Enkele jaren geleden nog moesten zorginstellingen goed opgeleide mensen laten gaan. En vanaf dit jaar, en zeker in nabije toekomst doemt er een tekort, dat niet snel lijkt te kunnen worden opgelost. Deze schaarste loopt parallel aan transformaties die plaatsvinden in de zorg en het onderwijs; ingegeven door een noodzakelijke andere manier van werken, gericht op de uitgangspunten van positieve gezondheid. Deze andere manier van werken stelt andere eisen aan te ontwikkelen vaardigheden en deskundigheden. En gaat hand in hand met de lopende transformaties bij gemeenten, zorginstellingen en andere partijen die de noodzaak zien om de dienstverlening te verbeteren. Ondersteuning en begeleiding dicht bij de burger, toegespitst op de vraag.

Zou men op het landelijk niveau werkelijk denken dat de transformaties in zorg en sociaal domein alléén op regionaal en lokaal niveau nodig zijn?

Tegelijkertijd blijft op landelijk niveau de arbeidsmarkt op institutioneel niveau het zelfde georganiseerd. Sectoren, sectorfondsen en de daaraan gekoppelde financieringsbronnen, binnen onze oude polderstructuur, blijven – ongeacht welke zorginnovatie dan ook — voor hun eigen belang staan. Terwijl zorginstellingen, onderwijsinstellingen en betrokken gemeenten lokaal en regionaal bezig zijn nieuwe samenwerkingsverbanden te smeden en zoeken naar crossovers om arbeidsmarktknelpunten te lijf te gaan. Zou men op het landelijk niveau werkelijk denken dat de transformaties in zorg en sociaal domein alléén op regionaal en lokaal niveau nodig zijn?

Deze week was ik in Zeeland. Met veel energie, vereende krachten en doorzettingsvermogen zien de 30 zorgorganisaties, 13 gemeenten en 3 onderwijsinstellingen de noodzaak om innovatie en verandering kracht bij te zetten, zowel op korte als ook op lange termijn. Niet in het minst vanwege de bijzondere situatie waarin Zeeland verkeert qua vergrijzing, ontgroening en de aanzienlijke hoeveelheid vacatures die er nu al zijn. Deze bijeenkomst was vervolg op een initiatief dat in het voorjaar van 2017 door mijn collega Bianca den Outer en wethouder Cees van de Bos in Zeeland is opgepakt. Er is een stevige samenwerking ontstaan en men wil andere methoden toepassen en innovatie toevoegen, met hulp van daarvoor landelijk beschikbare middelen.

Een obstakel is echter dat er verschillende instanties met verschillende eisen en verschillende werkwijzen beslissen over de inzet van die middelen. Uiteraard goedgekeurd door sociale partners die deze fondsen besturen. Dit dwingt de lokale partijen tot een lange en moeizame tocht langs deze instanties en potjes. Met het gevolg dat er meer middelen ingezet worden voor overhead en minder middelen overblijven voor het primaire doel.

Instituties veranderen!? Begin er niet aan, zo krijgen we te horen. Maar is het niet logisch dat het ministerie van VWS, dé aanjager achter de – lokale – zorg- en sociaal domein-innovaties, het voortouw neemt om op landelijk niveau de bewustwording te starten wat nu dit allemaal betekent voor deze landelijke instituties? Misschien levert dat verrassende nieuwe inzichten en dito handelen op.