Published


Naast zijn werk als adviseur bij jb Lorenz promoveert Tjisse Bosch aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij doet onderzoek naar het lerend vermogen van gemeenten in het sociaal domein. In deze blog vertelt hij over zijn onderzoek.

In een gefragmenteerd, gedecentraliseerd stelsel staan we samen voor grote uitdagingen. Burgers emanciperen en participeren, maar hebben op kwetsbare momenten ook onvoldoende doenvermogen om de complexiteit van het systeem te doorgronden. De behoefte aan een wenkend perspectief groeit, net als het verlangen aan andere, duurzame oplossingen.

In mijn onderzoek richt ik me daarom op het lerend vermogen van gemeenten – het vermogen om organisatievormen, governance structuren, beleidsmethodieken en vormen van opdrachtgeverschap te ontwikkelen op een wijze die past bij de omwenteling van verzorgingsstaat naar sociale investeringsstaat.

De uitdaging

Van gemeenten wordt verwacht dat zij soms complexe sociale problemen van hun inwoners oplossen en voorkomen. Daarbij worstelen gemeenten met het feit dat er minder middelen beschikbaar zijn omdat verondersteld wordt dat gemeenten  meer samenhang in zorg en ondersteuning kunnen realiseren. Gemeenten zijn immers integraal verantwoordelijk voor voorzieningen voor inwoners die problemen hebben meerdere leefgebieden – van jeugd tot wonen tot schuldhulpverlening.  Daarmee kunnen zij bij uitstek deze samenhang in zorg, ondersteuning en maatschappelijke dienstverlening organiseren. Zo is althans de gedachte.

Dat blijkt echter niet eenvoudig. De kennisvraagstukken binnen het sociaal domein zijn groot. Maatschappelijke vraagstukken als schulden, eenzaamheid, en verward gedrag worden gekenmerkt door hardnekkige complexiteit, met een veelheid aan betrokken partijen en belangen. Dat geeft onzekerheid. Tegelijkertijd gaat het vaak om meervoudige problematiek en een concentratie van sociale risico’s bij bepaalde groepen op bepaalde plekken. Het is ingewikkeld voor gemeenten om het geheel te overzien en goede oplossingen te bedenken en uit te voeren.

Het is daarom belangrijk dat gemeenten enerzijds individueel maatwerk leveren, maar ook structureel samenhang organiseren binnen de regels op systeemniveau.

Want daar zit de crux. Wanneer maatwerkoplossingen worden ingezet zonder de onderliggende complexiteit – in termen van fragmentatie – aan te pakken, is het dweilen met de kraan open.

In de praktijk blijken traditionele organisatievormen en governance structuren  contraproductief te werken. De flexibiliteit en responsiviteit die nodig is om te reageren op trends en ontwikkelingen ontbreekt. Gehanteerde beleidsmethodieken en vormen van opdrachtgeverschap dekken de lading niet meer en blijken ongeschikt om systematisch te leren van lokale uitvoeringspraktijken.

Dus of het nu gaat om interne fragmentatie tussen afdelingen met eigen beleid, protocollen, toegang en financiën of om frictie tussen partijen in het veld, nog te vaak wordt samenhangende zorg en ondersteuning ondermijnd door de manier waarop we het systeem inrichten, aansturen en ontwikkelen.

Benadering

In het onderzoek worden twee theoretische stromingen gebruikt om de mate van lerend vermogen van gemeenten te verklaren. Het toepassen en integreren van deze benaderingen moet leiden tot handelingsperspectief voor het doorontwikkelen van lerend vermogen. Het gaat om de systeemtheorie, uitgewerkt in de Moderne Sociotechniek en het Pragmatisme, uitgewerkt in het Experimentalist Governance.

De systeemtheorie is een ontwerptheorie gericht op het reduceren van complexiteit in structuren en systemen: het decompliceren. Door fragmentatie – in termen van functionele concentratie – te verminderen, wordt het bieden van samenhang eenvoudiger – met minder verstoringen – en zijn organisaties zelf in staat hun eigen werkwijzen, structuren en systemen te verbeteren.

Het Pragmatisme is gericht op het ontwikkelen van lerend- en probleemoplossend vermogen van publieke organisaties en netwerken. Het uitgangspunt is dat de onzekerheid van maatschappelijke vraagstukken vereist dat publieke organisaties het leren bewust organiseren en cultiveren. Binnen de organisatie, maar ook in samenwerking met andere partijen! Dat vereist ontwerpprincipes voor het inrichten van praktijken als beleidsvoering, inkoop en verantwoording.

Tot slot

Aan u de uitnodiging om kritisch mee- en tegen te denken. Met mijn onderzoek wil ik recht doen aan de weerbarstige praktijk van alledag. Daarom is het van belang om met verschillende invalshoeken het vraagstuk te benaderen. Dus voel je vrij voor kritische vragen, opmerkingen of doordenken over het onderwerp bij een kop koffie.