In artikel 2.2, lid c van de Jeugdwet staat het duidelijk vermeld: gemeenten dienen aan te geven “welke resultaten de gemeenten in de door het plan bestreken periode wenst te behalen, hoe gemeten zal worden of deze resultaten zijn behaald en welke outcomecriteria gehanteerd worden ten aanzien van jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen”.

Maar wat is dat nou eigenlijk, sturen op outcome? Het sturen op outcome (ook wel genoemd het sturen op maatschappelijk resultaat) is naast de visie en waarden die het uitgangspunt vormen voor het inrichten van het nieuwe jeugdstelsel door gemeenten, in mijn ogen het de derde pijler bij de organisatie en financiering van jeugdhulp. Met de beperkte middelen die er zijn, willen we immers dat de juiste hulp op de juiste plek op het juiste moment aan het juiste kind geboden wordt met het juiste resultaat.

Het verschil tussen sturen op output en sturen op outcome

Het grote verschil tussen sturen op output en het sturen op outcome is redelijk eenvoudig aan te geven. Bij het sturen op output stellen we ons de vraag: is de dienst juist uitgevoerd? Zijn de juiste handelingen verricht (volgens het juiste behandelprotocol)? Zijn de uren gemaakt? Zijn er voldoende contactmomenten geweest?

Bij het sturen op outcome staat de vraag centraal: Is de burger er beter van geworden? Zijn de klachten afgenomen? Is het probleem opgelost? Is de client tevreden met de hulp die hem geboden is?

Alleen bij het sturen op outcome meet je dus daadwerkelijk het resultaat van een dienst en niet zozeer de manier waarop deze is uitgevoerd. We stellen onszelf de vragen op een dieper niveau. Het zoeken naar de antwoorden en het meten is daardoor ook ingewikkelder. Het is gemakkelijker te bedenken welke informatie je wilt hebben dan te bedenken welke maatschappelijke resultaten je wilt behalen en daarop te gaan monitoren.

De voordelen van sturen op outcome

De voordelen zijn evident. Sturen op outcome:

– Past bij een rol van regisseur

– Geeft ruimte aan professional

– Biedt daarmee ruimte voor innovatie en inventiviteit

– Is minder issue gericht, maar langere termijn denken is mogelijk

Denken in en over outcome zorgt voor diepere, breder en rijkere besluitvorming

Ik zou het jammer vinden als sturen op outcome beperkt wordt tot het bedenken van een set indicatoren. Juist het proces om te komen tot het vaststellen van het gewenste maatschappelijke resultaat en het formuleren en operationaliseren van outcome-criteria zorgt ervoor dat alle denkgereedschappen die nodig zijn om antwoorden te vinden op gecompliceerde verbanden te ontrafelen, maximaal ingezet worden. Dat alles zorgt ervoor dat besluitvorming

– breder wordt, omdat het meer waarden respecteert en realiseert, waarbij rekening wordt gehouden met meer belangen van meer betrokken partijen;

– dieper, omdat meer rekening gehouden wordt met de gevolgen op lange termijn;

– rijker omdat met meer perspectieven en alternatieven rekening gehouden kan worden.

Lerend vermogen

Bij de inrichting van het jeugdstelsel door gemeenten, is nut en noodzaak van het lerend vermogen van iedereen reeds benadrukt in de blog van Leonard Geluk, die het lerend vermogen een harde noodzaak noemt voor het welslagen van de decentralisatie van de jeugdzorg.

Door de tijd te nemen met elkaar om te komen tot een concrete uitwerking van de gewenste maatschappelijke resultaten (onder andere in de vorm van goede outcome indicatoren), ontsluiten we een enorm potentieel aan lerend vermogen bij iedereen. Van bestuurders tot beleidsmedewerkers tot controllers tot gemeenteraden en professionals die in wijkteams vorm gaan geven aan een nieuw jeugdhulpstelsel. We zijn met elkaar zo sterk als de zwakste schakel en er zal de komende jaren nog ontzettend veel werk verzet moeten worden om te leren met elkaar te sturen op maatschappelijk resultaat.

Ik heb er vertrouwen in dat het ons gaat lukken, als we de schouders er onder zetten en we allemaal voor ogen houden dat we ondanks alle schijnbare verschillen hetzelfde gemeenschappelijke doel hebben: we willen goede zorg voor onze jeugd.