Published


Sturen op outcome is een must! En niet omdat wij dat zeggen, maar het staat simpelweg in de Jeugdwet. Per 1 januari 2015 zijn gemeenten namelijk op grond van artikel 2 van de Jeugdwet verplicht aan te geven welke outcomecriteria zij voor jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen hanteren.

Gemeenten zijn daarbij vrij om te bepalen welke resultaten daarbij als outcomecriteria worden gehanteerd. De wetgever adviseert gemeenten om dit in samenspraak met de jeugdhulpaanbieders en de gecertificeerde instellingen te ontwikkelen, omdat deze partijen met de criteria zullen moeten werken.

Met ingang van 2018 wordt dit alles minder vrijblijvend. Er is namelijk een basisset van criteria ontwikkeld. Dit wordt geregeld in de wijziging van het Besluit Jeugdwet, die met ingang van juli 2018 in werking treedt. Aangezien jeugdhulpaanbieders hun gegevens ten behoeve van de beleidsinformatie per half (kalender)jaar dienen aan te leveren, betekent dit dat de eerste verslagperiode waarover de jeugdhulpaanbieders hun outcomegegevens aan moeten leveren, het eerste halfjaar van 2018 is.

Gemeenten staan dus voor een keuze:

  • of je laat de jeugdhulpaanbieders de outcome aanleveren bij de beleidsinformatie en dan tref je de uitkomsten terug in de landelijke spiegelrapportage;
  • of je gaat zelf de outcome verzamelen en analyseren.

Wat er ook gekozen wordt, in beide gevallen moet de gemeente een proces organiseren om de jeugdhulpaanbieders de outcome te laten meten. Dit samen doen, kan een basis zijn voor effectieve samenwerking in de toekomst. Geen sinecure in de Jeugdhulp, zo lezen we in de krant. Maar wij geloven dat het kan via een slim en creatief proces, met een helder resultaat voor ogen – in dit geval de outcomecriteria voor jeugdhulp.

Maar dan wordt het pas leuk! Vervolgens is het belangrijk dat je de outcomegegevens van de aanbieder plaatst in de context van de wijk/gemeente. In een wijk/gemeente met een populatie waar bestaanszekerheid zwak is en veel problematiek speelt, waardeer je de scores anders dan in een gemeente/wijk waar alles tiptop in orde is. Hiermee plaats je het presteren van de jeugdhulpaanbieder ook in de lokale, integrale context van het leven van de jeugdige.

En juist hierom is het sturen op outcome in onze ogen een belangrijke pijler voor een transparant stelsel en de beste zorg voor mensen in het sociaal domein. Met de beperkte middelen die er zijn, willen we immers dat de juiste hulp op de juiste plek op het juiste moment aan de juiste jeugdige geboden wordt met het juiste resultaat. Daarom is sturen outcome ‘het moetje dat je moet willen’. Maar wij zouden het jammer vinden als sturen op outcome beperkt wordt tot het uitvoeren van metingen van een set indicatoren en het “ranken” van zorgaanbieders.

Juist het inbedden van outcome in een breder proces om te komen tot gewenste maatschappelijke resultaten en het formuleren en operationaliseren van outcome-criteria zorgt ervoor dat alle denkgereedschappen die nodig zijn om antwoorden te vinden en gecompliceerde verbanden te ontrafelen, maximaal ingezet worden. Dat alles zorgt ervoor dat besluitvorming:

  • breder wordt, omdat het meer waarden respecteert en realiseert, waarbij rekening wordt gehouden met meer belangen van meer betrokken partijen;
  • dieper, omdat meer rekening gehouden wordt met de gevolgen op lange termijn;
  • rijker, omdat met meer perspectieven en alternatieven rekening gehouden kan worden.

Outcome stimuleert het lerend vermogen. Bij de ontwikkeling van het sociaal domein door gemeenten is nut en noodzaak van het lerend vermogen evident. Door de tijd te nemen met elkaar om te komen tot een concrete uitwerking van de outcome en de resultaten van metingen met elkaar te evalueren, ontsluiten we een enorm potentieel aan lerend vermogen bij iedereen. Van bestuurders tot beleidsmedewerkers tot controllers tot gemeenteraden en professionals die in wijkteams vormgeven aan het sociaal domein.

Er zal de komende jaren nog ontzettend veel werk verzet moeten worden om te leren met elkaar te sturen op maatschappelijk resultaat. Hiertoe hebben we de Monitor Maatschappelijk Resultaat (MMR) ontwikkelt. De monitor is een instrument dat cijfermatig inzicht geeft in de staat van de gemeente, op wijkniveau. Het instrument brengt de kenmerken van een wijk op populatieniveau gestructureerd in beeld. Het gaat om personen/huishoudens in wijken en de mate van veerkracht van deze inwoners.

Daarom ons advies, combineer het ontwikkelen van de outcomecriteria, met het sturen op resultaat én het versterken van het lerend vermogen in 1 proces. Doorloop daarvoor de volgende zes stappen:

  1. Breng de gemeente/regio cijfermatig in kaart, data doet er toe!
  2. Duid de cijfers in dialoog tussen gemeente en professionals
  3. Definieer samen de outcomecriteria
  4. Implementeer de criteria op de werkvloer (in het veld, op de administraties)
  5. Monitor de resultaten op de outcomecriteria
  6. En blijf continu in gesprek over de opgave, de aanpak en de resultaten

We hebben per stap een aanpak ontwikkeld die gemeenten en jeugdhulpaanbieders helpt om dit proces samen effectief te doorlopen. Meer weten? Neem gerust contact met ons op!

Dieger ten Berge & Rob Neefs, adviseurs jb Lorenz