Published


Gisteren hebben ministers De Jonge (VWS) en Dekker (Rechtsbescherming) de eerste evaluatie Jeugdwet aangeboden aan de Tweede Kamer. Een lijvig rapport van ruim 600 pagina’s! We kunnen ons goed voorstellen dat je even de tijd wilt nemen om dit door te nemen, maar ook actueel wilt zijn in je kennis. Daarom hebben wij de aanbevelingen uit het rapport voor je op een rijtje gezet.

Tot ons genoegen liggen veel van de aanbevelingen in de lijn van blogs die wij al eerder schreven over de Jeugdwet. Daarom hierbij nog een keer onze blogs, die aansluiten op de evaluatie van de Jeugdwet.

http://blog.jblorenz.nl/resultaten-onderzoek-preventie-jeugdhulp/

http://blog.jblorenz.nl/sturen-op-outcome-een-moetje-die-je-moet-willen/

http://blog.jblorenz.nl/van-grip-naar-begrip/

http://blog.jblorenz.nl/zeeuwse-transformatie-jeugdhulp/

Wil je meer van onze blogs lezen, check dan http://blog.jblorenz.nl! Wil je naar aanleiding hiervan met ons in gesprek, bel ons gerust op.

Bianca den Outer & Dieger ten Berge

Aanbevelingen evaluatie Jeugdwet

Aanbeveling 1 Een intensivering van de informatievoorziening door gemeenten over de toegang kan bijdragen aan de laagdrempelige toegang tot de jeugdhulp. Dat vraagt van gemeenten om een actuele, informatievoorziening passend bij de potentiële cliënten. Daarnaast spelen anderen partijen die relaties hebben met potentiële cliënten, zoals huisartsen, scholen en de jeugdgezondheidszorg een cruciale rol bij het bieden van toegang tot de jeugdhulp.

Aanbeveling 2 Het verdient aanbeveling dat gemeenten en zorgaanbieders met elkaar komen tot een voor hen bruikbare registratie van wachttijden en wachtlijsten. Bij hen ligt vervolgens de uitdaging om dan ook met die informatie aan de slag te gaan, zodat die bijdraagt aan een lerend systeem.

Aanbeveling 3 De ondersteuning van kwetsbare gezinnen vraagt om extra en gerichte aandacht van gemeenten en lokale teams. In de meest urgente gevallen gaat het om een relatief klein aantal gezinnen, met een hoog zorggebruik, die in vaak al bekend zijn bij één of meer hulpverleners. Juist voor deze groep ligt een meer proactieve benadering voor de hand.

Aanbeveling 4 Gemeenten zouden de huisarts niet moeten zien als knelpunt, maar vooral als partner. De huisarts is laagdrempelig en voor veel cliënten een bekende en vertrouwde hulpverlener. De huisarts kan een belangrijke signalerende en verwijzende rol spelen en daarmee bijdragen aan de passende toegang tot de jeugdhulp. Dat vraagt van gemeenten en huisartsen dat zij hun samenwerking meer vorm gaan geven. Daar liggen volop kansen.

Aanbeveling 5 Het verdient aanbeveling om na te gaan in hoeverre gemeenten het instrument van aanbesteding zo in kunnen zetten dat het wel bijdraagt aan de samenwerking in de jeugdhulp en de samenhang in het stelsel of na te gaan hoe andere vormen van inkoop mogelijk gemaakt kunnen worden die dit doel dienen. Het verdient vervolgens aanbeveling dat gemeenten de inkoopinstrumenten zo inzetten dat de ongewenste effecten voorkomen worden.

Aanbeveling 6 Het rolconflict van GI’s in hun relatie tot de gemeenten draagt niet bij aan de beoogde werking van de Jeugdwet. Het verdient aanbeveling te zoeken naar een oplossing voor dit rolconflict.

Aanbeveling 7 Er zijn goede redenen om beslissingen over bijzondere specialistische voorzieningen in samenwerkingsverbanden van gemeenten te nemen. Onze zorg betreft de borging van het democratische gehalte van deze beslissingen. Voor de borging van het democratisch gehalte van deze beslissingen dienen effectieve vormen van gemeenteraad-betrokkenheid te worden ontwikkeld. Daarnaast dienen individuele gemeenten voldoende ruimte te behouden om invulling te geven aan domein-overstijgend werken op lokaal niveau.

Aanbeveling 8 Het verdient aanbeveling om te komen tot een betrouwbaar inzicht in de manier waarop de beschikbare middelen voor de Jeugdhulp worden besteed.

Aanbeveling 9 Wij adviseren de partners om te komen tot een uniform set van outcome-indicatoren, waarbij het clientenperspectief centraal staat en deze ook echt te gaan gebruiken als onderdeel van een lerend systeem. Gemeenten doen er goed aan daarnaast manieren te ontwikkelen om hun eigen maatschappelijke doelbereiking beter te monitoren en daarbij de gemeenteraad actief te betrekken.

Aanbeveling 10 Lokale teams hebben een cruciale rol gekregen bij de realisatie van doelen van de Jeugdwet. Deze teams kunnen een sleutelrol spelen in de realisatie van de transformatiedoelen. Een voorwaarde is dat deze teams een professionele, inhoudelijke invulling krijgen en zich niet beperken tot verwijzen of indiceren. Teams zouden in ieder geval moeten beschikken over professionaliteit in de breedte (domeinoverstijgend) alsook over professionaliteit in de diepte (met specialistische kennis). Zonder de lokale beleidsruimte tekort te willen doen is het de overweging waard om een gedeelde visie te ontwikkelen op de kwaliteit en professionaliteit van de lokale teams. Het verdient daarbij aanbeveling dat gemeenten en het professionele veld ervaringen met elkaar uitwisselen over de manier waarop die professionalisering vorm kan worden gegeven, waarbij oog is voor de verschillende omstandigheden waaronder de teams werken.

Aanbeveling 11 Beschikbaarheid van adequate voorzieningen binnen het gedwongen kader is een harde verantwoordelijkheid van gemeenten. De gemeenteraad heeft hier in eerste instantie een controlerende functie. Vanuit haar stelselverantwoordelijkheid dient de Rijksoverheid zich van deze beschikbaarheid en bekostiging te vergewissen.

Aanbeveling 12 Het verdient aanbeveling om te zoeken naar methoden waarin de kwetsbaarheden van het huidige systeem worden ondervangen, terwijl wel wordt voorzien in een deugdelijke borging van de kwaliteit van de GI’s.

Aanbeveling 13 Het verdient aanbeveling te komen tot een reductie van de diversiteit van gemeentelijke regelingen en toezichtsarrangementen waar professionals mee worden geconfronteerd. Daarnaast zouden ook jeugdhulpaanbieders moeten snijden in de belemmeringen die zij zelf opwerpen, die de ruimte voor hun professionals beperkt. Dit proces heeft er belang bij om dit te zien als gezamenlijk proces. Immers, te makkelijk wordt verwezen naar ‘de ander’ als het gaat om de aanwezigheid van ‘overbodige regelgeving’.

Aanbeveling 14 Er dient gezocht te worden naar passende oplossingen voor het vastleggen van en communiceren over jeugdhulpbesluiten die enerzijds recht doen aan de rechtspositie van cliënten en de wettelijke vereisten uit de Awb en tegelijk bijdragen aan een vlotte en flexibele doorloop van beslissingen over jeugdhulp.

Aanbeveling 15 Het uitoefenen van drang door een GI medewerker is ongewenst. Binnen de lokale teams of bij jeugdhulpaanbieders dient voldoende professionaliteit aanwezig te zijn om op een verantwoorde manier om te gaan met, vormen van, drang. De manier waarop aanbieders omgaan met vrijheidsbeperkende maatregelen zonder machtiging of in een niet-gesloten accommodatie vraagt om alertheid van professionals en zorgorganisaties. Gezien de kwetsbaarheid van de betrokkenen bij zowel drang als het toepassen van dwang dient hier ook toezicht op te worden vormgegeven.

Aanbeveling 16 Het zou goed zijn om te zoeken naar mechanismen voor geschilbeslechting en het omgaan met privacy die voorzien in de nodige waarborgen, maar effectiever zijn dan de bestaande mechanismen. Voor wat betreft de geschilondersteuning dienen gemeenten en aanbieders cliënten nadrukkelijker te wijzen op het bestaan en te voorzien in de beschikbaarheid van vertrouwenspersonen en cliëntondersteuners. Daarnaast zou nagegaan moeten worden op welke manier alternatieven, zoals de gemeentelijke ombudsman of een kinderombudsman, hier van betekenis kunnen zijn.

Aanbeveling 17 De vraag naar de grond voor de rechtsongelijkheid tussen jeugdigen in de gesloten jeugdhulp en in justitiële inrichting vraagt om een antwoord.

Aanbeveling 18 Om de doelen van de Jeugdwet dichterbij te brengen zouden gemeenten zich meer dan nu moeten richten op het domein-overstijgend werken en, hiermee samenhangend, meer moeten inzetten op preventie. De Jeugdwet heeft de gemeenten, juist voor deze zaken, in een unieke positie gezet.

Aanbeveling 19 Een debat waaraan cliënten, gemeenten en zorgverleners actief bijdragen, kan bijdragen aan een meer gedeelde visie op wat, wanneer voor wie passende zorg is. Daarbij moet ook concreter invulling worden gegeven aan begrippen als integraal werken en preventie. Het is van belang de diversiteit van hulpvragen en hulpvragers te erkennen en te benoemen. Gezocht moet worden naar differentiatie in hulpvragen in combinatie met daarvoor effectieve arrangementen die zijn gebaseerd op het versterken van het netwerk en het zelfoplossend vermogen van jeugd en ouders zodat zij beter in staat zijn om om te gaan met probleemsituaties.

Aanbeveling 20 Gezocht moet worden naar een oplossing voor de spanning tussen de vereisten van de hierboven beschreven juridische instrumenten – de zorgvuldig gemotiveerde beschikkingen, mogelijkheden tot gegevensuitwisseling in relatie tot privacyregels, mogelijkheden tot bezwaar en beroep, klachtrecht, tuchtrecht en de aanbesteding – en de onbevredigende uitwerking hiervan in de uitvoeringspraktijk van de Jeugdwet. Een oplossing zou enerzijds recht moeten doet aan zaken als rechtsbescherming en, in het geval van het aanbestedingsinstrument, aan doelmatigheidseisen, en anderzijds aan de specifieke situatie die met de Jeugdwet is ontstaan. We denken daarbij bijvoorbeeld aan andere mechanismen voor conflictbeslechting, zoals mediation en het gebruik van ombudspersonen. Nader onderzoek is ook gewenst naar de vraag of de wijze waarop het tuchtrecht nu in dit domein is vormgegeven een proportioneel en effectief instrument is en nader onderzoek is nodig naar vormen van inkoop die samenhang in de jeugdhulp bevorderen.

Aanbeveling 21 Het is nog te vroeg om over de combinatie van het gedwongen kader en het vrijwillig kader eenduidige conclusies te trekken. Dit is zeker een aspect dat in de volgende evaluatie dient te worden meegenomen. Het verdient aanbeveling om dan niet alleen naar de Jeugdwet te kijken, maar daar ook het wettelijke kader voor jeugdbescherming en jeugdreclassering bij te betrekken.