Published


Aanleiding voor het starten van deze reeks was een artikel op de site van het VNG Magazine met als titel  “Gun gemeenten ruimte en vertrouwen”. Ik sloeg aan op het woord ‘vertrouwen’. Dat kwam mede omdat het woord ‘Vertrouwen’ de laatste maanden te pas en te onpas opduikt in artikelen over het sociaal domein.

Zoals dat wel vaker gebeurt, als je in je hoofd heel sterk met iets bezig bent, valt iets veel meer op. Zo zag ik deze week op heel veel plaatsen in de media het woord ‘vertrouwen’ naar voren komen. Mijn bijzondere aandacht werd vooral gegrepen door de column van Martin Sommer in de Volkskrant van afgelopen zaterdag.

Het begrip ‘Vertrouwen’ maken we hiermee samen tot een cliché; een waarde zonder waarde.

De column had de titel ‘Vertrouwen is Cultuur’. De column ging in op de zienswijze die Onora O’Neill op het thema ‘vertrouwen’ heeft. Op Youtube staat trouwens een bondige TED-presentatie (kleine tien minuten) die ze aan dit onderwerp wijdt. Onora is naast filosoof ook barones, en dat is goed te horen. Ik denk dat we er iets aan hebben voor het onderzoek. Ik vat het samen in mijn eigen woorden

Onora en het vertrouwen

Onora begint met het stellen dat de meeste gesprekken over ‘Vertrouwen’ eigenlijk zinloos zijn. Meestal popt het woord ‘vertrouwen’ op in iets heel algemeens (bijvoorbeeld: vertrouwen in de banken, vertrouwen in de overheid, etc.) gebaseerd op algemene opinies van groepen mensen. Het begrip ‘Vertrouwen’ maken we hiermee samen tot een cliché; een waarde zonder waarde.

In veel sectoren (m.i. ook in het sociaal domein) wordt ‘Vertrouwen’ als iets mythisch neergezet. In het beeld van Onora komen rondom het begrip ‘Vertrouwen’, ongeacht het speelveld binnen de samenleving waar de kwestie vertrouwen betrekking op heeft, steeds drie thema’s naar voren: 1) een claim, 2) een doel en 3) een taak.

Vaak is de claim (1) dat er een terugval in vertrouwen is; er is minder vertrouwen dan x jaar geleden. Daarbij wordt het doel gesteld (2) dat we meer vertrouwen moeten hebben. Daar hoort dan (3) de taak bij om vertrouwen (opnieuw) op te bouwen, dan wel te verbeteren.

In mijn beeld zijn deze drie thema’s ook binnen het sociaal domein aan de orde.

Vertrouwen is een specifiek iets

Onora stelt verder dat het begrip ‘Vertrouwen’ niet in generieke zin gebuikt kan worden. Het heeft betrekking op een hele specifieke activiteit. Voorbeeld: Je kan vertrouwen hebben in een onderwijzer dat hij je kind goed onderwijs geeft. Maar dat impliceert niet dat je hem dan ook vertrouwd als hij de schoolbus bestuurd met het schoolreisje. De vraag “Heb je vertrouwen?” moet altijd gevolgd worden door de activiteit die bedoeld wordt; “Heb je vertrouwen dat … (bijvoorbeeld: .. deze leraar goed onderwijs geeft?).

Een gesprek (ieder gesprek) over het begrip ’Vertrouwen’ zonder duiding van de bedoelde activiteit is dus gewoonweg niet het goede gesprek. Wat is dan wel het goede gesprek?

Betrouwbaarheid

In veel situaties waarin we het over ‘Vertrouwen’ hebben bedoelen we eigenlijk iets anders; Betrouwbaarheid. We willen graag dat mensen betrouwbaarheid zijn. In mijn beeld kunnen we die verwachting ook jegens organisaties hebben; dat ze betrouwbaarheid zijn.

We vergeten vaak ‘waarom we het doen’.

Wanneer ervaren we betrouwbaarheid? Op basis waarvan kunnen we naar anderen onze betrouwbaarheid tonen? We ervaren betrouwbaarheid, aldus Onora, als iemand in onze ogen: 1) competent is, 2) eerlijk is en 3) betrouwbaar is. Het is geen of-of-of maar en-en-en. Maar daarmee zijn we er nog niet helemaal.

We willen hiervan ook bewijzen zien waar we over kunnen oordelen. Pas als we op basis van bewijs hebben kunnen beoordelen dat iemand én 1) competent is, én 2) eerlijk, én 3) betrouwbaar, dan pas geven we die persoon het predicaat ‘betrouwbaarheid’. Met andere woorden: Betrouwbaarheid is waar we over oordelen. Vertrouwen is dan onze reactie daarop (als het oordeel positief uitpakt natuurlijk).

Dit mechanisme (beoordelen van het bewijs van betrouwbaarheid als onderlegger voor het geven van vertrouwen) werkt ook voor organisaties. Dit is alleen volledig doorgeslagen waardoor in veel gevallen juist het tegendeel van betrouwbaarheid bereikt is; onbetrouwbaarheid.

Om als organisatie het kenmerk ‘betrouwbaarheid’ te krijgen is vanuit de wet- en regelgeving de route gekozen om zoveel mogelijk vast te leggen ‘wat we doen’ en ‘hoe we het doen’. Hierdoor vergeten we vaak ‘waarom we het doen’. We zijn – als samenleving – in een spiraal geraakt dat we steeds meer papierwerk (moeten) opstellen om te bewijs op te bouwen voor het aantonen van: 1) dat we competent zijn, 2) eerlijk zijn en 3) betrouwbaar zijn.

Deze toename van papierwerk heeft er in vele domeinen van de samenleving (Zorg, Onderwijs, Politie, etc.) toe geleid dat de ‘handen aan het bed’, ‘de leraar voor de klas’ en ‘de agent op straat’ niet meer toekomen aan het echte werk. Dit heeft geleid tot een afname van de betrouwbaarheid. We geven dit al jaren met elkaar aan. Het is een ‘open deur’ van de eerste orde. Toch krijgen we het maar moeilijk teruggedrongen.

Binnen het sociaal domein (het gebied van het onderzoek) speelt dit ook. In dit domein is het toverwoord ‘rechtmatigheid’ aan vertrouwen en betrouwbaarheid gekoppeld. Rechtmatigheid gaat over het oordeel dat publieke gelden op een verantwoordde manier besteed zijn. Gemeenten ondergaan de toets van rechtmatigheid. Accountants zien hier nadrukkelijk op toe. En zoals dat dan altijd in een keten werkt, wordt zo’n mechanisme doorgezet naar alle partijen die in die keten iets met elkaar doen. Ook in het sociaal domein hebben we een enorme papierwinkel opgebouwd om elkaar te bewijzen dat we betrouwbaar zijn.

De paradox van het vertrouwen

Er komen ook in dit domein steeds meer geluiden dat die papierwinkel teruggedrongen moet worden. Minder bureaucratie! Klinkt nobel. Het magische woord om dit te doen is het introduceren van het begrip ‘vertrouwen’. En daar zit nu de paradox. Laat dit begrip het nu net in zich hebben dat het gebouwd wordt op een mechanische van het aantonen van betrouwbaarheid. We willen minder bureaucratie bereiken via een mechanisme dat juist de aanjager ervan is.

Vertrouwen hoeft niet altijd op papier. Bij voorkeur niet zelfs.

Is er een uitweg? Ja, maar dat is een sluiproute door een donker bos, waar we elkaars handen goed vast moeten houden.

De taak tot betrouwbaarheid.

De taak om het vertrouwen (opnieuw) op te bouwen is een apart ‘ding’. Dat begint met het gegeven dat ik (Ik redeneer nu even vanuit mijzelf) niet ga over het vertrouwen dat andere mensen in mij hebben. Ik kan niet afdwingen dat iemand mij vertrouwd. Het enige wat ik kan doen is de andere mensen een goede basis geven zodat zij aan mij hun vertrouwen kunnen geven. Dat kan ik doen door betrouwbaar te zijn en hen bewijs daarvan te geven. Dat hoeft niet altijd op papier. Bij voorkeur niet zelfs. In de dagelijkse wereld doen we dat ook niet.

Als ik een paar schoenen koop bij de plaatselijke schoenwinkel in het dorp waar ik woon en de eigenaar zegt dat ik ze thuis even mag proberen en als ze niet goed zitten, dat ik ze dan terug mag brengen, dan vertrouw ik hem daarop (en hij mij). Als ik de schoenen vervolgens terug zou brengen en er staat iemand anders, die bij hoog en bij laag beweerd dat ik ze gewoon moet betalen, dan krimpt mijn vertrouwen in die schoenenwinkel razendsnel. Ik ervaar die winkel dan als hoogst onbetrouwbaar. En als de eigenaar in kwestie dan ook doet of zijn neus bloed en zegt niets af te weten van die afspraak, dan is de onbetrouwbaarheid maximaal. Ik ga daar dan niet meer heen! Toch?

Om je betrouwbaarheid aan te tonen helpt het om je kwetsbaar op te stellen; een positie in te nemen die in jouw nadeel kan uitpakken. Dat verbetert het vertrouwen van de ander. Het vergroot jouw betrouwbaarheid. Daar moeten we met elkaar beginnen. Maar hoe doen we dat als we binnen organisaties werken, waar veel collega’s zich allemaal bezighouden en afspraken maken met die ene gemeente, of juist met die ene zorgaanbieder. Hoe past mijn voorbeeld van de schoenen hier goed op? Waar zitten de parallellen? Waar de verschillen?

Wie helpt de kwestie terug te brengen naar de juiste maat; de menselijke maat!?